Richard Powers – Generosity

Zowel Jay McInerney in The New York Times als de criticus van The Observer denkt dat Richard Powers (foto) met zijn laatste roman Generosity: An Enhancement het pleit beslecht in het voordeel van de wetenschap. Net als in zijn vorige boeken zet hij – een gelauwerde Amerikaanse schrijver die werkt vanuit zijn exacte achtergrond – twee ogenschijnlijke uitersten tegen over elkaar: wetenschap en kunst, het materiële en het onzegbare, feit en fictie.

Tot nog toe balanceren de romans van Powers altijd in het veilige midden. In zijn vorige roman The Echo Maker voert hij de neuroloog Gerald Weber op die ervan overtuigd is, dat de wetenschap binnen afzienbare tijd het menselijk brein volledig in kaart zal brengen. ‘Hoe vormen de menselijke hersenen het bewustzijn? Bestaat er een vrije wil?’, schreef ik eerder in NRC Handelsblad. ‘Het brein, zo stelt Weber, is de bron van politiek, technologie, sociologie en kunst. Wanneer we de neuronen temmen, dan temmen we onszelf.’

Uiteindelijk is het echter overmoed. Twijfel slaat bij Weber toe als de kritiek op zijn populair-wetenschappelijke boeken, à la Oliver Sachs, toeneemt. Maar de geneticus Thomas Kurton die in de nieuwste roman van Powers opduikt, kent de menselijke zwakte van twijfel niet. Hij denkt dat geluk een kwestie van chemie is en onderwerpt een opmerkelijk gelukzalige vrouw aan een onderzoek om de genetische basis van haar gemoedstoestand bloot te leggen. The Observer schrijft over Powers: ‘in the arguments between chemistry and mystery he finds it hard not to side with the former.’ En McInerney vraagt zich af: ‘At times, one can’t help wondering if Powers’s sympathies, and his sensibilities, lie entirely in the scientific camp.’

Ik denk echter dat de Amerikaan ook dit keer blijft balanceren in dat eerdere midden. Het simpelste is om er het interview met hem in De Morgen op na te slaan. Powers vertelt dat hij een paar jaar terug zijn genoom heeft laten ‘sequencen’. Daaruit bleek dat hij drager is van het depressiegen. Meteen na dat resultaat bekeek hij zijn leven met andere ogen. Toen later weer getwijfeld werd aan de mogelijkheid een depressiegen aan te wijzen, voelde hij zich een stuk beter.

Maar als we bij Generosity blijven, is het van groot belang te letten op de vele metafictionele passages in de roman. Voortdurend wordt het verhaal door een onbekende verteller onderbroken, die het fictieve en conventionele van de roman benadrukt. De roman wordt zelfs deels geschreven aan de hand van een door Powers zelfbedacht hulpboek: ‘Breng leven in uw tekst’ van Frederick P. Harmon. Het enige wat McInerney hierover kan zeggen, is dat Powers ‘surely knows that a narrator professing incomplete knowledge of his own creations, or drawing arbitrary lines between fiction and nonfiction, risks violating his contract with his readers’.

McInerney beweert bovendien dat de verteller, die inbreekt op de roman, Richard Powers zelf is. Maar het kan hier niet anders dan gaan om hoofdpersoon Russell Stone, een 32-jarige gefrustreerde schrijver die in de ban van de gelukzalige vrouw is gekomen. Hij introduceert zichzelf, terugkijkend, op de eerste pagina als ‘mijn vervanger’. Net als de geneticus wil ook hij het mysterie van de vrouw vatten, maar ditmaal in  woorden. In zo’n metafictionele passage schrijft hij: ‘Ik weet wat voor soort verhaal ik hiervan zou maken als ik kon: het soort dat tussen twee naast elkaar staande woorden losbreekt.’ Later spreekt hij van het ‘onzegbare’.

Wetenschap en literatuur lijken in deze roman aan elkaar gelijk te worden gesteld. De zoektocht van de geneticus naar ‘geluk voor iedereen’, op basis van genetische manipulatie, heeft dezelfde trekken als het verlangen van een lezer en een schrijver naar een ‘happy end’. Het leven onttrekt zich aan een eenduidige uitleg. ‘Een plot is idioot’, bedenkt Russell Stone zich op een gegeven moment. ‘De ene na de andere gebeurtenis in een keten van duidelijke oorzaken; toenemende actie die aanstuurt op een onvermijdelijke climax en oplost in betekenis. Wie laat zich door zoiets in de luren leggen? De klassieke spanningsboog is een valse leugen, de ontkenning van een volwassen greep op de werkelijkheid.’

Eén reactie

  1. klinkt aan de ene kant heel interessant, aan de andere kant ook een beetje vermoeiend… heb jij het boek?

    was jou feestje niet zaterdag?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: