Into the great wide open

P1020400

Soms is het melodrama mijn tweede natuur. Dat bleek het afgelopen weekend opnieuw toen iets in mij opeens besloot: ik stop met popmuziek. Dat is een navrante conclusie wanneer je je op een popmuziekfestival bevindt, meer specifiek op de eerste editie van het uiterst sympathieke Into The Great Wide Open.

Natuurlijk had ik deze gedachte nog niet afgerond of ik hernam hem weer. Een leven zonder popmuziek kan ik me vooralsnog niet voorstellen. Maar het is een sensatie die ik vaker heb gehad, met name op het januari-festival Eurosonic, een ervaring die opgeroepen wordt door een overdaad aan middelmatige bands en artiesten.

Ogenschijnlijk ontbrak het op Into The Great Wide Open niet aan klinkende acts. Over The Veils, de band van Finn Andrews, hebben we genoeg mogen lezen. Maar muzikaal gezien is het mager wat de Nieuw-Zeelander laat horen. Zijn liedjes delen de exact zelfde dynamiek, opbouw, akkoordenprogressie, melodie. De bombastische partijen van zijn eerste gitarist zijn daarbij storend obligaat. Andrews moet het bijna volledig hebben van zijn pathos, dramatiek en breedgerande bravoure. Zonder trillende onderlip geen show.

Ongetwijfeld even sympathiek is Alela Diane, de folkzangeres die evenmin aan aandacht gebrek had. Toch doet hier hetzelfde opgeld. Haar songrepertoire is in wezen nog repetitiever dan bij The Veils het geval en de vocale trukendoos is snel leeg. Daarmee is de Amerikaanse ten diepste een behoorlijk langdradige act, ondanks haar creatieve drummer en fijntjes spelende eerste gitarist.

Wat zagen we nog meer? Uiterst verzorgde IJslandse popmuziek van singersongwriter Lay Low en vooral Emiliana Torrinni, maar al evenmin grensverschuivend, subversief, eigenzinnig, tegendraads of dan tenminste muzikaal fris van de lever.

De Utrechtse debutanten Most Unpleasant Men, die het festival openden, klonken nog te flegmatiek. The Wave Pictures waren met name karakteristiek door hun opvallend karakterloze muziek. De electroshow van Lykke Li was zo nu en dan meeslepend door het zowel sobere als grootse geluid, maar ook hier werden de festivalgangers als kleine kinderen afgescheept met simpele coupletjes en refreintjes. Bovendien stond een groot deel van haar optreden op band, wat moeilijk te verkroppen blijft.

Aan de bands en artiesten die wel bevielen, valt af te horen wat gemist wordt. Bijkans alle eigenzinnigheid op het hele festival kwam in campingkantine De Bolder voor rekening van het jonge Friese meisje Anne-Fleur Kan, die al met haar podiumnaam One Trick Pony getuigt van gezonde zelfspot. Ik zie Finn Andrews nog niet onder die paraplu optreden.

One Trick Pony is een bedriegelijke act door het schutterige voorkomen van de zangeres, haar hamerende keyboardspel en getokkel op haar oervals gestemde speelgoedgitaartje. Maar na verloop van tijd blijkt Kan onverwacht soulvol te kunnen zingen, blijken haar liedjes aangenaam wendbaar en aanstekelijk en haar songteksten opvallend scherp en humoristisch.

Vlak na haar speelde Anne Soldaat, oud-gitarist en liedjesschrijver van Daryll–Ann. Hij zorgde in zijn eentje voor de echt fijne en doorwrochte popmuziek van het festival. Natuurlijk, ook de liedjes die hij speelde – van zijn laatste plaat, van Daryll-Ann, van Loudon Wainwright III, van Randy Newman – zijn simpel, maar desondanks uitgekiend: met een perfect gevoel voor melodie, harmonie en opbouw. Soldaat stond dan wel op een onaanzienlijk podiumpje op camping Stortemelk, en niet op het majestueuze podium op het festivalterrein, maar musiceerde wel een paar klassen hoger dan Alela Diane, Emiliana Torrinni en al de anderen.

Het muzikale hoogtepunt kwam echter al op de eerste, verregende avond. Aangezien ik tot nog toe geen hiphop-adept ben, kan mijn enthousiasme over Kyteman’s Hiphop Orchestra niet veel oprechter zijn. Bovendien was scepsis eerder op zijn plaats geweest na een overdaad van in dit geval loftuitingen aan zijn adres.

Ook ik bezweek voor het vakmanschap, de muzikaliteit, de doordachte arrangementen, de rijkheid aan composities, de overvloed aan jong talent op het podium. Alsof het niks is. Het was prachtig om te zien hoe Colin Benders in zijn orkest contrasterende werelden natuurlijk bijeen brengt: studentikoze blazers, brave strijkers en branievolle rappers. Ook de percussie was heerlijk.

De lof voor Benders is meer dan terecht. Heel vaak gebeurt het niet dat profeten in eigen land geprezen worden. Voor hem gaat dat gelukkig wel op. IJslands exotisme en angelsaksische vooringenomenheid verbloemen nogal eens dat in eigen land soms op even hoog of zelfs hoger niveau gemusiceerd wordt.

There are no comments on this post.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: